De dag was grauw. Regendruppels kusten de grond die al te lang niet was beroerd. Anders dan de treurige scène die een kille herfstdag toont, was dit er een van zomerse troost.
Haar hart deed pijn. De hemel huilde de tranen die haar hart voelde. Maar evenals de grond nood had aan deze druppels, had haar hart nood aan uiting van dit verdriet.
Nooit had hun samenzijn stilte gekend maar nu was de ruimte gevuld met oorverdovende stilte. Een stilte die zoveel woorden kende. Die bleef praten en bleef voelen. Doch, niemand sprak.
Hun gesprekken kenden vroeger afstand. Een afstand waarbij een handreiking niet mogelijk was. Een geweende traan niet afgeveegd kon worden. Een afstand waardoor frustratie ontstond. Fysieke nabijheid werd een onbeantwoord verlangen.
Niemand begreep de band die tussen hen was ontstaan. Zo intens op alle vlakken. Menig een had geprobeerd er tussen te komen maar niemand was het nog gelukt. DJ werd geboren op 8-7-8 en zou voor altijd blijven bestaan.
Tot het bericht tot haar kwam dat de Leeuw niet onsterfelijk bleek. Een monster had zich in hem gevestigd. In een keer werd duidelijk dat ook dit verhaal een einde zou kennen. Daar waar men altijd de ogen sloot voor de voortkabbelende tijd, werd het nu in een klap duidelijk dat het leven dus toch eindig was.
Ze keek naar zijn wezen, liggend op bed. Op van het vechten. De Leeuw was ouder geworden en wilde gaan slapen. Hij had genoeg gestreden.
Voor hem had ze menig verhaal geschreven. Uit boosheid, uit verdriet, uit jaloezie, uit angst, uit liefde. Alle gevoelsthema’s waren aan bod gekomen maar nu moest ze woorden vinden die samenhingen met rouw. Gemis dat al maanden eerder gekomen was. De gesprekken in hun eigen taal die niet meer gevoerd werden. Muziek bracht hen 18 jaar eerder samen maar zou hen nu voor altijd scheiden.
De taal die enkel zij spraken, zou niet meer gesproken kunnen worden. Er was geen terugkeer mogelijk. Geen herhaling. Alleen dit moment, deze stilte, deze eindigheid.
“What we have once enjoyed, we can never lose. All that we love deeply becomes a part of us.”
— Helen Keller (1880–1968)



Heel veel sterkte!